Behandeling longkanker

Longkanker kan op verschillende manieren behandeld worden. Dit hangt van de aard van de kanker en van het stadium van ontwikkeling waarin de ziekte zich bevindt. Patiënten met longkanker hebben slechts beperkte overlevingskansen. Dit betekent dat het merendeel van de behandelingen de ziekte niet kunnen genezen, maar erop gericht zijn de patiënt langer te doen overleven en de kwalijke symptomen van de ziekte af te zwakken. Hieronder lees je meer over de verschillende soorten behandelingen van longkanker.

Chirurgische ingrepen

Een operatie kan men enkel uitvoeren wanneer men de longkanker vroeg ontdekt en deze zich nog niet heeft uitgezaaid. Er zijn drie soorten ingrepen mogelijk, die afhankelijk zijn van de ontwikkeling van de kanker. Men verwijdert dan of de tumor en het naburig longweefsel, of een stuk van de long of ten slotte de hele long.

Na een chirurgische ingreep kunnen bijwerkingen optreden zoals een infectie, bloedingen en kortademigheid. Deze laatste bijwerking hangt af van de hoeveelheid longweefsel die men bij de operatie verwijderd heeft.

Bestraling

Bij bestraling of radiotherapie zal men proberen om met radioactieve straling de kankercellen te doden. Deze behandeling is zeer intensief en wordt vaak toegepast in combinatie met chemotherapie. Bijwerkingen van radiotherapie zijn irritatie van de huid (op de plaats van bestraling) en vermoeidheid.

Chemotherapie

Chemotherapie is de meest bekende vorm van behandeling van kanker. Het gaat hier om chemische geneesmiddelencocktails die oraal of intraveneus (dus: via de aders) toegediend worden. Het gaat om een drastische behandeling, aangezien de medicatie die de kankercellen bestrijdt ook gezonde cellen aanvalt. Dit leidt tot haarverlies, misselijkheid en braken. Zowel bestraling als chemotherapie zijn palliatieve behandelingen, die de ziekte niet genezen maar de overlevingskansen proberen te verhogen.

Nieuwe behandelingen

Bij de meer recente behandelingen onderscheidt men PCI-behandeling en experimentele medicatie. Bij PCI (prophylactic cranial irradiation) gebruikt men straling om kankercellen te bestrijden die naar de hersenen zijn uitgezaaid maar niet op beeldscans verschijnen.

Bij experimentele medicatie gaat het om het toedienen van niet-eerder geteste geneesmiddelen die men nog volop aan het ontwikkelen is. Experimentele medicatie wordt soms toegepast wanneer de behandelingsopties beperkt zijn, of als toevoeging bij een andere behandeling.